De Sint-Maartenskathedraal in Ieper

Gepubliceerd: Donderdag, 06 februari 2014 Geschreven door Alexander Declercq

De kathedraal is een oude bisschopskerk in gotische stijl heropgebouwd na de Eerste Wereldoorlog.

De kerk is ontstaan uit de burchtkapel van de grafelijke residentie. Aan deze kerk was sinds 1050 een stichting van seculiere kanunniken verbonden die in 1102 door de bisschop van Terwaan werd georganiseerd, terwijl de kerk de hoofdkerk van Ieper werd. Deze kanunniken stonden in voor de zielenzorg van de Ieperlingen en volgden de regel van Augustinus. Het hoofd van de kanunniken was een proost. Omdat de proosdij een sterke ontwikkeling kende dankzij giften vanuit de kerkelijke en burgerlijke wereld kon in de 13de eeuw gestart worden met de bouw van een nieuwe kerk.
In 1221 werd een koorgedeelte bijgebouwd in Atrechtse zandsteen. In 1251 werd het nieuwe koor ingewijd en werd gestart met de bouw van het schip en de kruisbeuk. Nadat de eerste toren was ingestort werd in de 15de eeuw begonnen met de bouw van een nieuwe toren.

Op 12 mei 1559 richtte de Spaanse koning Filips II het bisdom Ieper op. In 1561 werd Martinus Rythovius er als eerste bisschop benoemd. In totaal werden er 18 bisschoppen benoemd. De meest gekende is de zevende bisschop Cornelius Jansenius die van 1636 tot 1638 aan het hoofd van het bisdom Ieper stond. Na de Franse Revolutie werd de Sint-Maartenskathedraal in 1797 verbeurd verklaard maar twee jaar later aangekocht door een burger uit Brugge die munt wilde slaan uit de afbraak en de verkoop van de bouwmaterialen. Een Ieperse kerkmeester wist de kerk weer af te kopen in 1800. Het bisdom Ieper werd met het Concordaat van Napoleon in 1801 afgeschaft. Vanaf dan was Ieper een dekenij, eerst afhankelijk van het bisdom Gent en vanaf 1834 van het bisdom Brugge.

In de tweede helft van de negentiende eeuw onderging de kathedraal verschillende restauratiecampagnes. Vanaf 1907 vond er nog een systematische restauratie van het exterieur plaats onder leiding van architect Jules Coomans; zijn architectuurplannen zouden na 1918 van groot nut blijken. In 1914 stond de toren nog in de steigers, toen de Eerste Wereldoorlog voor een quasi complete vernieling van de kerk zorgde. Vele kerkelijke vaste kunstwerken (altaren, koorgestoelte, preekstoel) gingen onverbiddelijk verloren. Dankzij de onverschrokken inzet van een aantal vrijwilligers onder de leiding van E.H. Camiel Delaere konden een aantal objecten uit de kerken en sacristieën gered worden. In 1921 werd het eerste puin geruimd en op 11 november 1922 werd de eerste steen gelegd voor de nieuw te bouwen kathedraal. Het was architect Jules Coomans die de heropbouw leidde en de toren met een spits bekroonde. De heropgebouwde kerk werd ingewijd op 15 juli 1930. Met Pasen 1931 werden 5 klokken gewijd en opgehangen in de toren van de kerk. De namen van de klokken zijn: Martinus, Maria, Andreas, Jan van Waasten en Margareta van Ieper. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerk weinig beschadigd.

Uit welke richting men Ieper ook nadert, steeds domineert de monumentale Sint-Maartenskathedraal met haar rijzige toren de horizon en het stadsbeeld. Het is een harmonieus spel van gotische lijnen en bogen, hemelwaarts gericht. De Sint-Maartenskathedraal is een van de grootste Ieperse monumenten, naast de Lakenhallen en de vestingen.

In de kerk bevinden zich enkele bijzondere objecten, zoals het graf van bisschop Jansenius (een vloertegel met het jaartal 1638, het jaar van Jansenius' overlijden), het graf van Graaf Robrecht van Bethune, de ‘Leeuw van Vlaanderen', en het zijaltaar met retabel en het mirakelbeeld van Onze-Lieve-Vrouw-van-Thuyne.

De kerk beschikt over twee orgels:

 

Het Lapidarium naast de kathedraal bevat oude resten van de Sint-Maartensproosdij.

De kathedraal is het hoogste gebouw van de stad, met een toren van 100 meter hoog. De kathedraal kan elke dag vrij bezocht worden behalve tijdens de erediensten.

Verdere bouwgeschiedenis: zie https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/30539

 

Hits: 3056